ECLI:NL:CRVB:2011:BR1221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens moedwillige weigering werk
Appellant ontving sinds 2002 een bijstandsuitkering en werd in 2007 aangemeld voor directe arbeidsbemiddeling. Na het mislukken van een re-integratietraject werd hem een baan aangeboden bij een bedrijf voor huishoudelijk werk, welke hij weigerde vanwege bezwaren tegen de aard van het werk. Het College legde daarop een maatregel op van verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wegens moedwillige weigering van werk.
Appellant voerde aan dat hem was toegezegd dat bij wijziging van zijn opstelling geen sanctie zou volgen, maar de Raad vond in de verslagen geen steun voor dit vertrouwen. Wel was al besloten tot sanctionering, en de weigering werd als een verwijtbare zware gedraging gekwalificeerd. Appellant betoogde dat zijn houding in december 2007 was verbeterd en dat de maatregel disproportioneel was, maar de Raad oordeelde dat de maatregel terecht was opgelegd voordat hij de nieuwe baan accepteerde.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de maatregel passend was en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 juli 2011 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% voor één maand wegens moedwillige weigering van werk wordt bevestigd.