ECLI:NL:CRVB:2011:BR1215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant en zijn echtgenote waren sinds 1992 gehuwd en kregen drie kinderen. De echtgenote ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het College stelde vast dat zij niet duurzaam gescheiden leefden. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd, waarbij appellant hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. De Raad beoordeelde dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten een gewilde en bestendige verbreking van de echtelijke samenleving hebben, waarbij ieder een eigen leven leidt.
De Raad concludeerde dat appellant en zijn echtgenote gedurende de gehele periode niet duurzaam gescheiden leefden, mede vanwege gezamenlijke woningbezit, geboorte van een kind in die periode, regelmatige verblijven van appellant bij de echtgenote en financiële transacties in dezelfde regio.
Het hoger beroep faalde en de Raad bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leefden en dat de intrekking en terugvordering van bijstand terecht was.