ECLI:NL:CRVB:2011:BR0385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding restantschuld bij terugvordering WWB
Appellante verzocht het College van burgemeester en wethouders van Maastricht om kwijtschelding van het restant van een door terugvordering ontstane schuld wegens niet gemelde inkomsten in de WWB-periode 2002-2005. Het College wees dit verzoek af op grond van het debiteurenbeleid, dat geen kwijtschelding verleent bij fraudevorderingen tenzij aan strikte voorwaarden wordt voldaan.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het beleid onredelijk is en dat de toepassing ervan in haar situatie strijdig is met artikel 8 EVRM Pro en artikelen 26 en 27 IVRK, omdat zij en haar kinderen langdurig onder het bestaansminimum leven.
De Raad oordeelde dat het debiteurenbeleid binnen redelijke grenzen blijft en dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor kwijtschelding. Ook zijn de verdragsbepalingen niet geschonden omdat de beslagvrije voet garandeert dat zij kan voorzien in haar levensonderhoud en ontwikkeling. Verder werden nieuwe medische en persoonlijke omstandigheden te laat ingebracht en niet meegenomen.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding wordt bevestigd.