ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling bijstandaanvraag wegens niet tijdig verstrekken gegevens
Betrokkene diende op 7 januari 2009 een aanvraag om bijstand in bij het Centrum voor werk en inkomen. Tijdens een intakegesprek op 23 januari 2009 bleek dat essentiële gegevens, zoals bankafschriften en woonsituatie, ontbraken. Betrokkene ondertekende een verklaring waarin hij beloofde deze gegevens binnen twee werkdagen aan te leveren, met de waarschuwing dat de aanvraag niet behandeld zou worden bij het niet naleven van deze termijn.
Het College stelde de aanvraag op 29 januari 2009 buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Awb vanwege het niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens. Het bezwaar hiertegen werd op 7 mei 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit in haar uitspraak van 14 augustus 2009.
In hoger beroep stelden appellanten dat betrokkene wegens medische redenen niet in staat was om binnen de gestelde termijn de gegevens te verstrekken. De Raad oordeelde echter dat het College terecht om de gegevens had gevraagd en dat betrokkene redelijkerwijs in staat was deze te verstrekken of contact op te nemen met de Dienst Werk en Inkomen. De medische verklaring van de oncoloog bood hiervoor geen voldoende grond.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens.