ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na onverschuldigde betalingen UWV
Appellant had onverschuldigde betalingen gedaan op grond van een terugvorderingsbesluit van 18 september 2007, dat in bezwaar en hoger beroep werd bestreden. Het UWV kwam met een gewijzigde beslissing op bezwaar geheel tegemoet aan de bezwaren van appellant, waarna het hoger beroep werd ingetrokken.
De Raad stelt vast dat de door appellant verrichte betalingen onverschuldigd waren en dat de gederfde rente als schade moet worden vergoed. De wettelijke rente wordt berekend vanaf het moment van afschrijving tot volledige terugbetaling, met jaarlijkse rente-op-rente.
Daarnaast worden de in hoger beroep gemaakte proceskosten begroot op € 644,-- en aan appellant toegekend. De Raad wijst erop dat vergoeding van griffierecht rechtstreeks bij het UWV kan worden gevraagd. De uitspraak is gedaan door M. Greebe op 29 juni 2011.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten van € 644,-- aan appellant.