ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstel besluit UWV inzake WAO-uitkering en postwhiplashsyndroom
Appellant, die sinds 2001 arbeidsongeschikt is door rug- en nekklachten na meerdere aanrijdingen, ontvangt een WAO-uitkering. Het UWV heeft zijn uitkering in 2007 en 2008 herzien en het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 maart 2008 ongegrond verklaard. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde beperkingen op cognitief vlak, maar achtte de hoofdpijnklachten niet als gevolg van ziekte of gebrek, waardoor deze niet tot beperkingen konden leiden.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn invaliderende hoofdpijnklachten onderdeel zijn van het postwhiplashsyndroom en dus wel degelijk beperkingen veroorzaken. De Raad constateert dat het UWV het postwhiplashsyndroom en de hoofdpijn als symptoom erkent, maar zonder nadere onderbouwing niet verklaart waarom de hoofdpijn niet aan het syndroom wordt toegeschreven.
De Raad oordeelt dat het besluit van 11 maart 2008 niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Daarom beveelt de Raad het UWV aan om de bezwaarverzekeringsarts opdracht te geven een onafhankelijk neuroloog te raadplegen over de relatie van de hoofdpijnklachten met het postwhiplashsyndroom en op basis daarvan het besluit te heroverwegen. Deze tussenuitspraak dient om tot een finale beslechting van het geschil te komen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit van 11 maart 2008 te herstellen door een onafhankelijk neuroloog te raadplegen en het besluit nader te onderbouwen.