ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit bijstand in de vorm van geldlening op grond van WWB artikel 48 lid 2
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het College om bijstand te verlenen in de vorm van een geldlening, terwijl zij vond dat deze bijstand om niet had moeten worden verstrekt. De bijstand was verleend om de periode tot de eerste betaling van een nabestaandenuitkering (Anw) te overbruggen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het College zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 48, tweede lid, aanhef en onder a, van de WWB correct had toegepast. Dit artikel maakt het mogelijk bijstand in de vorm van een geldlening te verlenen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken.
De Raad zag geen reden om te oordelen dat het College onredelijk had gehandeld bij de afweging van belangen. De rechtbank had het beroep van appellante tegen het besluit van het College al ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.