ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met cardiologische en psychische aspecten
Betrokkene ontving sinds 1999 een WAO-uitkering, die in 2004 werd ingetrokken vanwege hervatting van werkzaamheden. In 2007 werd de uitkering weer toegekend, met een herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid in 2006. Betrokkene stelde dat zijn beperkingen, waaronder cardiale, psychische, diabetes- en rugklachten, onvoldoende waren meegewogen en dat een uitlooptermijn had moeten gelden.
De rechtbank benoemde een cardioloog als deskundige, die de achteruitgang van betrokkene tussen 2006 en 2009 bevestigde, maar de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) voor de data in geding niet onjuist achtte. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was vanwege onvoldoende aanvullend onderzoek naar lies- en psychische klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders en stelt dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, waarbij de klachten van betrokkene adequaat zijn beoordeeld door verzekeringsartsen, inclusief informatie van huisarts en behandelaars. Er is geen reden voor nader onderzoek door chirurg of psychiater. De Raad bevestigt dat betrokkene met de vastgestelde beperkingen de geselecteerde functies kan vervullen en dat een uitlooptermijn niet vereist is.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee het bestreden besluit van het UWV in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit van het UWV blijft in stand.