ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde bij besluit van 17 september 2008 vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Appellant maakte bezwaar, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en verwees naar medische verklaringen van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en een GZ-psycholoog die volgens hem meer beperkingen aantoonden. De Raad stelde echter vast dat deze medische stukken geen nieuwe feiten bevatten die het eerdere oordeel konden veranderen. De functionele beperkingen waren voldoende in de Functionele Mogelijkheden Lijst verwerkt.
De Raad concludeerde dat het UWV geen onzorgvuldig onderzoek had verricht en dat appellant op de datum in geding in staat was de geselecteerde functies te vervullen. De bezwaararbeidsdeskundige had dit ook voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant niet voldoende arbeidsongeschikt is.