ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wegens overschrijding maximum toevoegingen advocaat
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een advocaat, nadat de Raad voor de Rechtsbijstand haar aanvraag om een toevoeging had afgewezen vanwege het overschrijden van het maximum aantal van 250 zaken per advocaat per jaar. Het College van burgemeester en wethouders wees de aanvraag om bijzondere bijstand af, omdat de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) als een toereikende en passende voorliggende voorziening wordt beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het niet afgeven van een toevoeging het risico van het College niet is en dat er geen zeer dringende redenen waren om bijzondere bijstand toe te kennen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de aanvraag om toevoeging al in maart 2009 was ingediend en dat het niet verlenen van de toevoeging onterecht was.
De Raad concludeert dat het geschil over de toevoeging tussen de advocaat en de Raad voor de Rechtsbijstand ligt en buiten beschouwing moet blijven bij de beoordeling van de bijzondere bijstand. Gezien het wettelijke kader en de doelstelling van kwaliteitswaarborging is het College niet bevoegd bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. Er zijn geen zeer dringende redenen die dit zouden rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wegens overschrijding maximum toevoegingen advocaat.