ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8480
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.B.J. van der Ham
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens voortijdig beëindigen stage zonder dringende reden
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en volgde een onbetaalde stage met uitzicht op betaald werk. Tijdens deze stage vertrok appellant op twee momenten eerder zonder toestemming en kwam hij een keer te laat door fileproblemen. Tevens hield hij zich niet aan de ziekmeldingsregels. Hierdoor werd de stage voortijdig beëindigd op initiatief van de stagegever.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda verlaagde daarop de bijstandsuitkering van appellant met 50% voor de duur van een maand. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, maar zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond.
De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door zonder toestemming eerder te vertrekken en te laat te komen, en dat geen dringende reden bestond om af te zien van verlaging. De Raad verwierp het verweer van appellant dat hij toestemming had of dat er noodzaak was voor zijn gedrag. De verlaging was daarmee terecht en proportioneel volgens de geldende verordening en wet.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 50% voor de duur van een maand wordt bevestigd.