ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8126

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-858 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen, waarin zijn bezwaar tegen een besluit van het UWV niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift.

Tijdens de zitting was appellant niet aanwezig, terwijl het UWV werd vertegenwoordigd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant geen nieuwe argumenten had ingebracht die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen en dat de rechtbank de zaak voldoende en gemotiveerd had beoordeeld.

Het verzoek van appellant om het UWV strafrechtelijk te vervolgen werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet relevant was voor het bestuursrechtelijke geschil. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigde het vonnis van de rechtbank.

Artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd niet toegepast omdat geen bijzondere omstandigheden waren die dit rechtvaardigden.

Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; het hoger beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

10/858 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 29 december 2009, 09/442 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.R. Abdoelhak.
II. OVERWEGINGEN
1. De rechtbank heeft op grond van de in de aangevallen uitspraak weergegeven overwegingen het beroep van appellant gericht tegen het besluit van 30 maart 2009 – waarbij het Uwv het bezwaar van appellant gericht tegen zijn besluit van 9 december 2008 niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het te laat indienen van het bezwaarschrift – ongegrond verklaard.
2. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht hetgeen hij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. Appellant heeft geen nieuwe gezichtspunten ter zake van de termijn waarop het bezwaarschrift is ingediend ingebracht.
3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad heeft hieraan niets toe te voegen en verenigt zich met het oordeel van de rechtbank.
3.2. Hetgeen appellant naar voren heeft gebracht omtrent zijn wens het Uwv strafrechtelijk te vervolgen heeft noch betrekking op het besluit van 30 maart 2009 noch op de aangevallen uitspraak en dient mitsdien buiten bespreking te blijven.
3.3. Het hoger beroep treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.
4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2011.
(get.) J. Brand.
get.) T.J. van der Torn.
KR