ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor passend werk
Appellant, voormalig schilder, meldde zich ziek met spanningsklachten en kreeg een Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde vast dat hij geschikt was voor licht passend werk zoals medewerker tuinbouw, huishoudelijk medewerker en inpakker, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Op bezwaar handhaafde het UWV het besluit tot intrekking van de uitkering per 22 juli 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat er geen andere gezondheidstoestand was dan bij de WIA-beoordeling. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten waren toegenomen en dat zijn psychiater zijn arbeidsmogelijkheden niet meer onderschreef.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV. De rapportages van arts-assistent psychiatrie en psychiaters ondersteunen de stelling van toegenomen klachten niet. De verzekeringsartsen namen de diagnoses van behandelaars als uitgangspunt en zagen geen reden voor benoeming van een deskundige. De Raad bevestigt het besluit tot intrekking van de Ziektewet-uitkering omdat appellant geschikt is voor het lichte passende werk dat bij de WIA-beoordeling is vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewet-uitkering omdat appellant geschikt is voor het lichte passende werk volgens de WIA-beoordeling.