ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen zonder nieuwe feiten
Appellante, werkgever van een werkneemster, kreeg een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, verlengd met 52 weken na de normale wachttijd van 104 weken. Appellante heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt, maar verzocht later om herziening op grond van nieuwe feiten.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond omdat de aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden volgens artikel 4:6 Awb Pro. De Raad overwoog dat het UWV bij het opleggen van de loonsanctie al op de hoogte was van de werkzaamheden van de werkneemster voor een PGB-houder, hetgeen niet als nieuw kan worden aangemerkt.
De Raad bevestigt dat bij verzoeken om terugkomen op een besluit nieuwe feiten of omstandigheden moeten worden aangetoond. Aangezien appellante dit niet heeft gedaan, wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De loonsanctie wordt bevestigd omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn gebleken.