ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van passend re-integratietraject en medewerkingsplicht bij bijstandsverlening
Appellant ontvangt sinds september 2004 bijstand en heeft diverse re-integratietrajecten gevolgd, waaronder een opleiding tot beveiliger die hij niet volledig afrondde. Vervolgens bood de Commissie hem een traject bij Fourstar aan, waarbij hij met behoud van uitkering werkzaamheden zou verrichten. Appellant tekende het arbeidsintegratieplan voor akkoord maar verzette zich tegen het traject en stelde dat het niet passend was gezien zijn opleidingsniveau en taalvaardigheid.
De Commissie handhaafde het traject en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het aan de Commissie is om te bepalen welke voorziening passend is. Gezien de lange duur van de bijstandsverlening, het ontbreken van recente werkervaring en het niet slagen in eerdere trajecten, is het traject bij Fourstar passend.
De Raad benadrukt dat appellant verplicht is mee te werken aan het traject, ook als het werk op een lager niveau is dan zijn opleiding. Het traject is met appellant besproken en hij heeft het arbeidsintegratieplan ondertekend. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant verplicht is mee te werken aan het aangeboden re-integratietraject.