ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAZ-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering van een WAZ-uitkering en stelde dat de medische beperkingen onjuist waren vastgelegd en dat de arbeidskundige grondslag onjuist was toegepast. Het UWV had het bezwaar gegrond verklaard en een WAZ-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvolledig waren en dat de berekening van het maatmanloon onjuist was, evenals de geschiktheid van de geduide functies.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts een zorgvuldig en inzichtelijk onderzoek had verricht en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgelegd. Ook was de bezwaararbeidsdeskundige voldoende gemotiveerd in het aanwijzen van passende functies en de berekening van het maatmanloon was correct. De Raad bevestigde dat de redelijke termijn niet was overschreden en wees het hoger beroep af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de WAZ-uitkering met 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.