ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering bevestigd ondanks betwisting belastbaarheid en proceskostenvergoeding toegekend
Appellante betwistte de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV en voerde aan dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen, mede gezien haar fibromyalgiesyndroom. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard vanwege een procedurele tekortkoming, maar handhaafde de inhoudelijke beoordeling dat appellante geschikt is voor bepaalde functies.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, inclusief de rapporten van de orthopedisch chirurg en bezwaarverzekeringsarts, zorgvuldig en juist was. De klachten van appellante konden niet worden geobjectiveerd, maar er waren wel beperkingen vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De Raad vond geen overschatting van haar belastbaarheid.
Daarnaast oordeelde de Raad dat appellante recht heeft op vergoeding van proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, en vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze dat had afgewezen. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van deze kosten en het griffierecht.
De Raad handhaafde daarmee het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering, maar verbeterde de proceskostenregeling ten gunste van appellante.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.