ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en was bestuurslid en penningmeester/secretaris van een stichting, wat hij aan het College niet heeft gemeld. Het College heeft daarop de bijstand over de periode van april 2005 tot december 2006 ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door zijn bestuursfunctie en op geld waardeerbare werkzaamheden niet te melden.
De Raad baseert zich op de oprichtingsakte, inschrijving bij de Kamer van Koophandel en verklaringen van appellant aan de sociale recherche. Appellant kon geen duidelijkheid geven over de aard en omvang van zijn werkzaamheden en slaagde er niet in aan te tonen dat hij recht had op bijstand indien hij wel correct had geïnformeerd.
De Raad wijst de stelling van appellant dat hij slechts op papier bestuurder was af en bevestigt dat de intrekking en terugvordering terecht zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting.