ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late betaling griffierecht
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarbij zijn recht op een WW-uitkering werd ontzegd tot 1 januari 2010. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht te laat betaalde. Twee betalingstermijnen waren gesteld, met een duidelijke waarschuwing dat geen derde termijn zou worden gegeven.
Appellant voerde aan dat hij mocht vertrouwen op een derde termijn, en dat de te late betaling het gevolg was van personele onderbezetting bij zijn gemachtigde. De Raad oordeelde dat appellant geen feiten had gesteld die dit vertrouwen rechtvaardigen en dat de gevolgen van het handelen van de gemachtigde voor rekening van appellant komen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees op vaste jurisprudentie dat niet tijdige betaling van griffierecht binnen de gestelde termijnen leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Dit was hier niet het geval.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.