ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de loonsanctie tegen betrokkene, werkgever van een zieke werkneemster, had vernietigd. De loonsanctie was opgelegd omdat betrokkene onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht, wat zij betwistte met verwijzing naar het advies van haar bedrijfsarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verzekeringsarts op goede gronden heeft vastgesteld dat de werkneemster over benutbare mogelijkheden beschikte en dat de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd. De Raad benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor re-integratie primair bij de werkgever ligt en dat het vertrouwen op de bedrijfsarts dit niet wegneemt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de werkgever ongegrond en bevestigt het besluit tot oplegging van de loonsanctie. Tevens wijst de Raad een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 mei 2011.
Uitkomst: De loonsanctie tegen de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.