ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering en vaststelling WAO-uitkering ondanks psychische klachten
Appellant maakte bezwaar tegen het beëindigen van zijn Ziektewet-uitkering (ZW) en de vaststelling van zijn WAO-uitkering. De rechtbank had het bezwaar tegen de WAO-uitkering vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de medische beperkingen, waarna het UWV het dossier herbeoordeelde en het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn lage rug- en psychische klachten en dat deze tot meer beperkingen zouden moeten leiden. De Raad onderschrijft echter de eerdere overwegingen van de rechtbank en de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts, die concludeerde dat de psychische klachten geen nieuwe beperkingen opleveren en de verhogingen in arbeidsongeschiktheid voortkomen uit beoordelingssysteemaanpassingen.
De Raad oordeelt dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die het oordeel van de rechtbank onderbouwen en verklaart het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en de vaststelling van de WAO-uitkering zonder nieuwe beperkingen toe te kennen.