ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken per 11 mei 2008 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat haar ziekte, de ziekte van Bechterew, niet voldoende in aanmerking was genomen en dat er onvoldoende overleg was tussen de arbeidsdeskundige en verzekeringsarts over de geschiktheid van functies. Tevens voerde zij aan dat het opleidingsniveau van de functies onjuist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts, de beperkingen van appellante adequaat weerspiegelen en dat de belastbaarheid niet werd overschreden door de voorgestelde functies. Het overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts was voldoende en het opleidingsniveau werd juist gehanteerd als globaal selectiecriterium, waarbij individuele beoordeling plaatsvindt op basis van bekwaamheden.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.