ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- C. van Viegen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Geen recht op restitutie ziekenfondspremie over AWW-pensioenperiode
Appellante ontving vanaf 1 augustus 1983 een weduwenpensioen op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). Vanaf 1 april 1986 hield de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het werknemersdeel van de ziekenfondspremie in op dit pensioen. Later ontving appellante vanaf 1 juli 1989 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarvan de inhouding van de ziekenfondspremie en uitbetaling vanaf 1 september 2001 door de Svb werd verzorgd.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Svb om geen restitutie te verlenen van de ingehouden ziekenfondspremies over de periode van 1 april 1986 tot 1 september 2001. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en beperkte de restitutieperiode ten onrechte tot 1 juli 1989 tot 1 september 2001. In hoger beroep stelde appellante dat zij ook recht had op restitutie over de periode 1 april 1986 tot 1 juli 1989.
De Raad stelde vast dat de Svb terecht premies heeft ingehouden omdat appellante verplicht verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet (Zfw) en dat de Svb niet gehouden was tot restitutie. Het feit dat appellante mogelijk niet geïnformeerd was over de wijziging van de Zfw per 1 april 1986 speelde juridisch geen rol. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Svb in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Svb terecht ziekenfondspremie heeft ingehouden zonder restitutieplicht.