ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5767

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-819 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening bestuursrechtelijke uitspraak WIA

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van 8 januari 2010 betreffende een WIA-zaak. De Raad heeft dit verzoek op 4 mei 2011 behandeld en beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat de voorwaarden voor herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraken regelt.

De Raad concludeerde dat de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden niet voldoen aan de criteria van artikel 8:88 Awb Pro. Ook het ingediende rapport van Instituut Psychosofia bevatte geen nieuwe feiten, maar een overzicht van reeds bekende en meegewogen feiten. Daarnaast werden de tijdens de zitting door verzoeker en zijn gemachtigde naar voren gebrachte argumenten als een visie beoordeeld, waarvoor artikel 8:88 Awb Pro geen ruimte biedt.

Op grond van deze overwegingen wees de Raad het verzoek om herziening af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en vastgelegd in een proces-verbaal. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de wettelijke voorwaarden voor herziening van bestuursrechtelijke uitspraken.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden volgens artikel 8:88 Awb.

Uitspraak

10/819 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak
op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoeker)
tegen de uitspraak van de Raad van 8 januari 2010, 08/3288
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum mondelinge uitspraak: 4 mei 2011
Zitting heeft: J. Brand, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: T.J. van der Torn
Ter zitting is verschenen:
Verzoeker, bijgestaan door mr. W.C. de Jonge, en het Uwv, vertegenwoordigd door mr. W.M.J. Evers.
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overweging:
Artikel 8:88 van Pro de Awb biedt in uitdrukkelijke gevallen de mogelijkheid een onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter te herzien. De feiten en omstandigheden op grond waarvan herziening kan plaatsvinden zijn opgesomd in dat artikel.
In hetgeen verzoeker in zijn verzoek heeft aangevoerd, ziet de Raad geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Ook het rapport van Instituut Psychosofia van 15 april 2010 bevat geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Hierin is slechts opgenomen een overzicht van reeds bekende en in de uitspraak van 8 januari 2010 meegewogen feiten. In hetgeen namens verzoeker ter zitting naar voren is gebracht omtrent de wijze waarop de bestuursrechter naar haar opvatting tot zijn oordeel dient te komen, heeft de Raad ten slotte evenmin aanknopingspunten gevonden voor de aanwezigheid van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Hetgeen de gemachtigde van verzoeker heeft aangevoerd betreffen geen feiten of omstandigheden, maar dient te worden aangemerkt als een visie. Voor het toetsen van zo'n visie biedt artikel 8:88 van Pro de Awb geen ruimte.
Het verzoek om herziening moet dus worden afgewezen.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 4 mei 2011
De griffier
Lid van de enkelvoudige kamer
(get.) T.J. van der Torn
(get.) J. Brand
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.
KR