ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5630
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen noodzaak was voor een urenbeperking. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd beschouwd.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij meer beperkt is dan door het UWV is aangenomen en verzocht om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geen aanleiding gezien om af te wijken van de eerdere beoordeling. De medische rapporten, waaronder die van de bezwaarverzekeringsarts, tonen aan dat appellante duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en dat volledige arbeidsongeschiktheid niet aan de orde is.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de belastbaarheid onjuist was vastgesteld en concludeerde dat de aanpassingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst adequaat rekening houden met de klachten van appellante. Er waren onvoldoende medische gegevens om een urenbeperking te rechtvaardigen. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en weigering WIA-uitkering bevestigd.