ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering en toekenning WIA-uitkering
Appellante had een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV werd geweigerd op grond van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde haar beroep tegen deze weigering onontvankelijk, omdat zij de mate van arbeidsongeschiktheid niet in bezwaar had aangevochten en zij uitdrukkelijk had afgezien van een hoorzitting zonder bezwaarverzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Uit de correspondentie blijkt dat appellante niet uitdrukkelijk heeft afgezien van een hoorzitting en dat haar aanvullende medische gronden niet zijn meegenomen in de bezwaarprocedure. Daarom wordt het beroep tegen het besluit van 27 april 2007 gegrond verklaard en vernietigd.
Na een informele lus heeft het UWV een herbeoordeling gedaan, waarbij een WGA-uitkering is toegekend wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid met een urenbeperking tot 15 uur per week. Appellante vorderde een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, maar de Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is en dat er geen aanwijzingen zijn voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Het beroep tegen het besluit van 20 september 2010 wordt ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt gegrond verklaard en het beroep tegen de toekenning van de WGA-uitkering ongegrond.