ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen vanaf 25 maart 2001 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek van de RDW bleek dat appellant elf auto’s op zijn naam had staan zonder dit aan het College te melden. Het College trok daarop de bijstand in over diverse maanden en vorderde terugbetaling van kosten en verstrekte bijzondere bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat er geen sprake was van autohandel, maar de Raad verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk omdat zij geen beroep had ingesteld bij de rechtbank. Het hoger beroep van appellant werd inhoudelijk behandeld.
De Raad oordeelde dat de transacties met auto’s als op geld waardeerbare activiteiten moesten worden beschouwd, waarbij appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en kosten terug te vorderen. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Ten slotte wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep appellante niet-ontvankelijk; intrekking en terugvordering bijstand bevestigd; schadevergoeding afgewezen.