ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-verantwoorde giften en kasstortingen
Appellant, geboren in 1931, ontvangt sinds 2003 bijstand ter aanvulling op zijn pensioen. Tijdens een regulier heronderzoek in 2008 werden meerdere kasstortingen op zijn bankrekening geconstateerd, waarvan appellant verklaarde dat sommige giften en een lening betroffen. Het College herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit van het College, met name vanwege onvoldoende grondslag voor herziening over bepaalde maanden. Het College nam een nieuw besluit dat de terugvordering beperkte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de stortingen een lening betroffen en bevestigt dat de giften niet verantwoord zijn vanuit het oogpunt van bijstandsverlening. Het beleid van het College om giften tot 15% van de bijstandsnorm alleen buiten beschouwing te laten bij periodieke giften wordt bevestigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het nieuwe besluit van het College bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.