ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding na onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand sinds januari 2003, die op 3 februari 2005 onrechtmatig werd ingetrokken. Hierdoor werden huurbetalingen niet voldaan, wat leidde tot huisuitzetting. Het College kende een schadevergoeding toe, bestaande uit wettelijke rente en een tegemoetkoming voor ontruimingskosten en proceskosten.
Appellant vorderde een hogere vergoeding wegens langere periode zonder uitkering, hogere woonlasten, geldleningen, en immateriële schade. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat schadevergoeding bij bestuursrechtelijke onrechtmatigheid zoveel mogelijk aansluit bij civielrechtelijke normen. Materiële schade als gevolg van vertraagde uitbetaling wordt beperkt tot wettelijke rente. Proceskosten wegens illegale onderhuur worden niet als gevolg van het bestuursbesluit gezien. Immateriële schadevergoeding is niet gerechtvaardigd zonder concrete onderbouwing.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende schade heeft gespecificeerd en onderbouwd, en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een hogere vergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; geen recht op hogere schadevergoeding dan reeds toegekend.