ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na medisch onderzoek zonder toepassing protocol CVS
Betrokkene, werkzaam als oefentherapeute Mensendieck, viel in 1999 uit wegens gewrichtsklachten en kreeg vanaf 2000 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
In 2007 vond een herbeoordeling plaats waarbij betrokkene door verzekeringsarts E. Talsma werd onderzocht. De artritis psoriatica was redelijk tot rust gekomen, maar betrokkene ervoer vermoeidheidsklachten, waarvoor geen medische verklaring werd gevonden. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) gaf beperkingen aan die resulteerden in een inkomensverlies van 19,7%, wat leidde tot een herziening van de WAO-uitkering naar 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid.
Betrokkene maakte bezwaar, onder meer op grond van het verzekeringsgeneeskundige protocol CVS dat volgens de rechtbank niet correct was toegepast. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het protocol pas per 1 januari 2008 van toepassing is en dat het bestreden besluit van 5 november 2007 dus niet aan dit protocol hoeft te voldoen.
De Raad stelt vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig en uitgebreid was, dat geen objectieve afwijkingen zijn gevonden die de vermoeidheidsklachten verklaren, en dat de beperkingen in de FML niet zijn onderschat. De functies die bij de schatting zijn betrokken zijn haalbaar voor betrokkene. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.