ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Herstel WIA-uitkering na intrekking en vernietiging eerdere besluiten
Appellant was aanvankelijk met ingang van 24 februari 2009 geen recht meer toegekend op een WIA-uitkering door het UWV. Na bezwaar en beroep werd dit besluit door de rechtbank Leeuwarden deels vernietigd, waarbij werd bepaald dat appellant recht had op een WIA-uitkering tot 14 juli 2009, waarna de uitkering werd ingetrokken.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep heeft het UWV zijn standpunt herzien en erkend dat appellant over de periode van 14 juli 2009 tot 10 september 2009 alsnog recht heeft op een WIA-uitkering. Dit leidde tot vernietiging van het deel van de uitspraak waarin de uitkering per 14 juli 2009 werd ingetrokken.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige beoordeling van arbeidsongeschiktheid en het recht op uitkering gedurende de betwiste periode.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de intrekking van de WIA-uitkering per 14 juli 2009 en bepaalt dat appellant recht heeft op een WIA-uitkering over die periode.