ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Nederlandse kinderbijslag vanwege toepasselijkheid Israëlisch recht volgens verdragsbepaling
Appellant verzocht om kinderbijslag voor zijn dochter, wonende met haar moeder in Israël. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde dit op grond van artikel 23 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Israël (NIV), dat bepaalt dat bij recht op kinderbijslag in beide landen alleen het land waar het kind woont uitkeert.
Appellant stelde dat de moeder in Israël geen kinderbijslag ontving en dat het recht op kinderbijslag pas geldt bij daadwerkelijke aanvraag en uitbetaling. De rechtbank vernietigde het besluit van de Svb vanwege onvoldoende bewijs dat recht op Israëlische kinderbijslag bestond.
De Raad stelde vast dat het recht op kinderbijslag in artikel 23 NIV Pro een theoretisch recht betreft, niet afhankelijk van feitelijke aanvraag of uitbetaling. Uit aanvullend onderzoek bleek dat de moeder aan de Israëlische voorwaarden voldeed en recht had op kinderbijslag. Daarom staat artikel 23 NIV Pro toekenning van Nederlandse kinderbijslag in de weg.
Het beroep tegen het besluit van 10 juni 2010, waarin bezwaar ongegrond werd verklaard, werd ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Svb om geen Nederlandse kinderbijslag toe te kennen blijft in stand.