ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4147
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens niet nakomen inlichtingenplicht en onduidelijke verblijfplaats
Verzoeker, een meerderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning en een bijstandsuitkering op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat verzoeker zijn feitelijke verblijfplaats niet wilde prijsgeven, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond en verzoeker ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die tevens een verzoek om voorlopige voorziening behandelde. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoeker zijn woonadres niet had opgegeven uit vrees voor vreemdelingenpolitie, maar dat dit niet volstond om de inlichtingenplicht te schenden te rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het niet verstrekken van een woonadres een schending van de inlichtingenplicht is, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden voor bijstand aan adreslozen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de afwijzing van de bijstand werd bevestigd.
Daarnaast wees de Raad het verzoek van het College af om verzoeker te veroordelen in proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, omdat verzoeker niet eerder een vergelijkbare zaak had ingediend en het gebruik van het rechtsmiddel niet onredelijk werd geacht.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.