ECLI:NL:CRVB:2010:BM7000
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om bijstand voor illegaal verblijvende Chinezen wegens niet-naleving inlichtingenplicht
De zaak betreft illegaal in Nederland verblijvende Chinese vreemdelingen die een aanvraag om bijstand deden, maar hun feitelijke woonadressen niet wilden prijsgeven uit vrees voor inbewaringstelling. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees hun aanvragen af wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af. Verzoekers gingen hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat verzoekers slechts postadressen hadden opgegeven, die niet als woonadressen konden dienen, en dat zij geen uitzonderlijke omstandigheden hadden aangevoerd die het niet opgeven van de woonadressen rechtvaardigden. De Raad oordeelde dat de inlichtingenplicht essentieel is voor het vaststellen van het recht op bijstand en dat het niet naleven daarvan rechtvaardigt dat de aanvragen worden afgewezen.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de voorzieningenrechter en de rechtbank en wees de verzoeken om voorlopige voorziening en hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het treffen van voorlopige voorzieningen of veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening en hoger beroep worden afgewezen omdat verzoekers hun inlichtingenplicht niet zijn nagekomen.