ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding bijstandsschuld berust op goede gronden
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om kwijtschelding van een resterende schuld uit teruggevorderde bijstandskosten. Het College wees dit verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de beleidsregel dat vijf jaar volledig aan betalingsverplichtingen moet zijn voldaan en er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij oordeelde dat appellant geen dringende redenen had gesteld. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk een beroep op dringende redenen had gedaan. De Raad oordeelde dat de rechtbank hierdoor over een wezenlijk onderdeel geen oordeel had gegeven en vernietigde de uitspraak.
De Raad toetste het beleid van het College en concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van vijf jaar volledige betaling en dat er geen dringende redenen waren om kwijtschelding toe te kennen. Ook bleek dat de resterende schuld inmiddels was afgelost. Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en veroordeelde het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding wordt ongegrond verklaard.