ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste gegevens over woonsituatie
Appellant diende op 6 maart 2008 een aanvraag om bijstand in en gaf daarbij aan inwonend te zijn op een adres te Amsterdam. Na huisbezoeken op 7 en 8 april 2008 door handhavingspecialisten bleek dat appellant niet daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres: hij beschikte niet over een eigen kamer, had nauwelijks kleding en administratie aanwezig en sliep op een luchtbed dat hij na gebruik opruimde.
Op basis van deze bevindingen wees het College van burgemeester en wethouders de aanvraag af, omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraak, waarbij werd benadrukt dat de woon- en leefsituatie essentieel is voor het recht op bijstand en dat de concrete feiten en omstandigheden het standpunt van het College ondersteunen.
De Raad oordeelde dat de latere bevindingen van een huisbezoek in augustus 2008, waarbij appellant wel een eigen kamer had, niet relevant waren voor de situatie ten tijde van de aanvraag in maart 2008. De Raad concludeerde dat appellant onjuiste of onvolledige gegevens had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en de afwijzing terecht was. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens over de woonsituatie.