ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen op ontslagbesluit universitair docent wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en werd na een periode van overspannenheid en een conflict gedetacheerd bij de politieregio Groningen. Na een onderzoek werd zijn detachering voortijdig beëindigd en verleende het college hem op eigen verzoek eervol ontslag per 1 december 2005. Appellant verzocht later met terugwerkende kracht salarisbetaling en toepassing van de wachtgeldregeling, stellende dat hij ziek was en het college had moeten zoeken naar een passende functie.
Het college weigerde terug te komen op het ontslagbesluit omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren gebleken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dat het verzoek om terug te komen op het ontslagbesluit alleen kan slagen bij nieuwe feiten of omstandigheden, welke appellant niet heeft aangevoerd.
De Raad overweegt dat de ziekteperiode van appellant geen nieuw feit is omdat het college hiervan op de hoogte was en de bedrijfsarts al in maart 2005 concludeerde dat er geen arbeidsongeschiktheid meer was. Ook de stelling van misleiding is geen nieuw feit. Daarom is het verzoek terecht afgewezen en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het ontslagbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.