ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering na weigering huisbezoek wegens twijfel woon- en leefsituatie
Betrokkene ontving bijstand tot april 2008, waarna de gemeente Arnhem de uitkering introk omdat betrokkene niet meewerkte aan een noodzakelijk huisbezoek. Dit huisbezoek was aangekondigd na een buurtonderzoek dat twijfels opriep over de juistheid van de door betrokkene verstrekte informatie over zijn woon- en leefsituatie.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking en oordeelde dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek. De gemeente ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat betrokkene en zijn ex-echtgenote eerder een gezamenlijke huishouding voerden en dat betrokkene een kind had erkend, maar dat uit verklaringen bleek dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde.
De Raad oordeelde dat er op basis van concrete feiten wel degelijk redelijke twijfel bestond over de woon- en leefsituatie en dat de gemeente daarom bevoegd was het huisbezoek te verrichten. Omdat betrokkene niet meewerkte aan het huisbezoek, was de intrekking van de bijstand terecht. Het hoger beroep van de gemeente werd gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit bleven in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering is terecht en de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.