ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onrechtmatig huisbezoek
Appellante vroeg bijstand aan en kreeg deze toegekend op basis van haar opgegeven woonadres bij haar zus. Het College stelde een onderzoek in naar haar woonplaats, waarbij een huisbezoek werd afgelegd op een ander adres. Op grond van de bevindingen trok het College de bijstand in en vorderde het een bedrag terug.
Appellante stelde in hoger beroep dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat er geen redelijke grond voor was en er geen sprake was van informed consent. De Raad oordeelde dat het huisbezoek inderdaad onrechtmatig was, omdat het College minder belastende middelen had kunnen gebruiken en appellante niet voldoende was geïnformeerd over haar rechten en de gevolgen van weigering.
De verklaring die tijdens het huisbezoek werd afgelegd, mocht daarom niet worden gebruikt als bewijs. Zonder deze verklaring was onvoldoende feitelijke grondslag voor het besluit van het College. De Raad vernietigde het besluit van 28 mei 2008 en het besluit van 6 december 2007 en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onrechtmatig huisbezoek en gebrek aan informed consent.