ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens niet verstreken wachttijd
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin haar beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond werd verklaard. Het UWV had besloten dat zij per 7 juni 2006 geen recht had op een WIA-uitkering omdat de wachttijd van 104 weken niet was voltooid.
Appellante stelde dat de procedure rondom haar melding van arbeidsongeschiktheid niet vlekkeloos was verlopen en verzocht de Raad het geschil te beoordelen zonder acht te slaan op een eerdere uitspraak van de Raad van 28 oktober 2009. De Raad wees dit verzoek af en stelde dat in deze procedure niet aan het eerder gegeven oordeel voorbij kan worden gegaan.
De Raad bevestigde dat appellante per 7 juli 2004 geschikt was voor haar eigen werk en dat de wachttijd op 7 juni 2006 nog niet was verstreken. De rechtbank had het beroep van appellante terecht ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 april 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de WIA-uitkering wegens niet verstreken wachttijd bevestigd.