ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van intrekking bijstandsuitkering
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van Groningen om de bijstandsuitkering met terugwerkende kracht te heropenen nadat deze was ingetrokken wegens werkaanvaarding. Het College wees dit verzoek af omdat geen bijzondere omstandigheden of nieuwe feiten waren die een heropening rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij eerst zijn werkgever in rechte had proberen aan te spreken en daarom niet direct bezwaar hoefde te maken tegen het intrekkingsbesluit. De Raad overwoog dat het verzoek van appellant neerkomt op een verzoek om terug te komen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit. Volgens artikel 4:6 Awb Pro kan een dergelijk verzoek alleen worden ingewilligd bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De Raad stelde vast dat appellant geen concrete bewijsstukken had aangeleverd die een ander oordeel rechtvaardigen. De aanvankelijk verrichte werkzaamheden en inkomsten wezen uit dat appellant niet langer bijstandbehoevend was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het intrekkingsbesluit van de bijstandsuitkering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.