ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor betaling belastingaanslagen 2005 en 2006
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de betaling van belastingaanslagen over 2005 en 2006. Deze aanvragen zijn door het College van burgemeester en wethouders van Groningen afgewezen op basis van artikel 13 van Pro de WWB, dat bijstandsverlening voor schulden in beginsel uitsluit, tenzij zeer dringende redenen zich voordoen.
De rechtbank Groningen heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd, maar de Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad overweegt dat appellant ten tijde van het ontstaan van de schulden of daarna beschikte over een uitkering of inkomen waarmee in de noodzakelijke bestaanskosten kon worden voorzien. Daarnaast was appellant over 2005 niet bijstandbehoevend en over 2006 deels werkzaam met betaald werk, wat de aanslag over dat jaar verklaart. Er zijn geen zeer dringende redenen aanwezig om van de hoofdregel af te wijken. Daarom is de weigering van bijzondere bijstand terecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor betaling van belastingaanslagen over 2005 en 2006.