ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0626
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Verzoeker was sinds 1999 in dienst als chauffeur bij een werkgever. Door omzetdaling werden hem naast chauffeurswerkzaamheden ook logistieke werkzaamheden aangeboden, wat hij weigerde vanwege eerdere slechte ervaringen. Ondanks advies van de Arbo-arts om overleg te voeren, verscheen verzoeker niet op het werk en weigerde hij de opgedragen taken.
De werkgever sommeerde verzoeker meerdere malen, maar deze bleef weg. Uiteindelijk werd hij op 11 maart 2009 op staande voet ontslagen wegens hardnekkige weigering. Verzoeker vroeg een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd toegekend maar later ingetrokken vanwege verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de werkgever terecht redelijke werkzaamheden had opgedragen en dat verzoeker verwijtbaar werkloos was geworden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling.
De Raad benadrukte dat verzoeker geen contact heeft gezocht na ontvangst van de sommatiebrief en dat zijn weigering een dringende reden voor ontslag vormde. De herziening van de uitkering door het UWV was rechtmatig, inclusief een gewenningsperiode van drie maanden.
De uitspraak bevestigt dat verwijtbaar werkloosheid leidt tot blijvende weigering van de WW-uitkering en dat de ontslaggrond rechtsgeldig was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet.