ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omzetting studiefinanciering wegens onterecht adresverwijt
Appellant had aan de Minister een woonadres opgegeven dat afweek van het adres geregistreerd in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). De Minister zette daarom de studiefinanciering om naar de norm voor een thuiswonende studerende en wees het bezwaar van appellant af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de adresafwijking niet aan hem te verwijten was, omdat hij conform toestemming van een instelling voor jeugdzorg het postadres gebruikte en geen bericht had ontvangen dat hij anders was ingeschreven in de GBA. De Raad stelde vast dat er weliswaar een adresafwijking was, maar dat appellant adequaat had gereageerd op de waarschuwingsbrief en redelijkerwijs geen verwijt kon worden gemaakt.
De Raad oordeelde dat appellant mocht vertrouwen op de inschrijving conform zijn opgave en dat de besluiten van de Minister onrechtmatig waren. Daarom vernietigde de Raad het besluit van 20 januari 2010, herroept het besluit van 13 november 2009 en veroordeelde de Minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De omzetting van studiefinanciering naar de thuiswonende norm wordt vernietigd omdat appellant geen verwijt treft voor de adresafwijking.