ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens verwijtbaar niet nakomen verplichtingen
Appellant had zich gemeld voor een WW-uitkering, die werd afgewezen, waarna hij een aanvraag bijstand indiende. Het College stelde de ingangsdatum van de bijstand vast op 12 oktober 2007 volgens de Schuifregeling, ondanks het uitgangspunt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend.
Appellant verscheen niet op het werk bij een uitzendbureau en verhuisbedrijf, zonder tijdige afmelding, en gebruikte bedreigende taal jegens medewerkers. Het College legde daarom een verlaging van de bijstand op. Appellant voerde onder meer aan dat hij zich eerder had gemeld, dat de Schuifregeling niet bekend was en dat hij door een lekkage in overmacht verkeerde.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich eerder had gemeld en dat de Schuifregeling correct en consistent was toegepast. De opgelegde maatregel was gerechtvaardigd gezien het verwijtbare gedrag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wordt bevestigd en de ingangsdatum vastgesteld op 12 oktober 2007.