ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herroeping intrekking en terugvordering bijstandsuitkering
Appellante ontving bijstand, die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode 1999-2005 wegens het niet melden van een bankrekening en overschrijding van de vermogensgrens. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en werd onherroepelijk toen geen beroep werd ingesteld.
Appellante werd in een strafprocedure vrijgesproken van valsheid in geschrifte en het niet opgeven van vermogen, waarbij het gerechtshof aannam dat het geld op de bankrekening toebehoorde aan haar broer en zij dit slechts beheerde. Naar aanleiding hiervan verzocht appellante het College om het intrekkingsbesluit te herroepen, maar dit werd afgewezen omdat de strafrechtelijke uitspraak geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormde volgens artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De bestuursrechter is niet gebonden aan het strafrechtelijke oordeel en het arrest van het gerechtshof vormt geen grond voor herroeping van het bestuursbesluit. Het hoger beroep wordt verworpen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het intrekkingsbesluit van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.