ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het Dagelijks Bestuur om terug te komen van het besluit van 15 oktober 2002 waarbij zijn bijstandsuitkering over de periode van 22 september 1999 tot en met 31 juli 2002 werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste informatie over zijn vermogenspositie.
De intrekking was gebaseerd op het feit dat meerdere voertuigen op naam van appellant stonden, waardoor het vrij te laten vermogen werd overschreden. Appellant stelde in hoger beroep dat nieuw bewijs, waaronder getuigenverklaringen en een koopovereenkomst, een heroverweging rechtvaardigde.
De Raad oordeelt echter dat deze bewijsmiddelen geen nieuwe feiten of omstandigheden vormen zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, aangezien appellant deze redelijkerwijs al had kunnen aanvoeren in de bezwaarprocedure. Ook de vrijspraak in het strafrechtelijk geding vormt geen nieuw feit voor de bestuursrechter.
Daarom is het verzoek tot terugkomen van het besluit terecht afgewezen en wordt de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het intrekkingsbesluit bijstandsuitkering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.