ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging maatregel wegens onjuiste wettelijke grondslag bij melding start opleiding
Appellante ontving een uitkering op grond van de Ioaw en was aangemeld bij re-integratiebureaus. Zij startte op 5 november 2007 een opleiding tot callcenter medewerker en meldde dit pas na 17 dagen aan het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur legde daarop een verlaging van de uitkering op wegens te late melding, gebaseerd op artikel 4 van Pro het Maatregelenbesluit en artikel 20 van Pro de Ioaw.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat het starten van de opleiding geen informatie betrof die van belang was voor de verlening of voortzetting van de uitkering, hetgeen ook door het Dagelijks Bestuur werd erkend.
Daarom was de maatregel gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag en diende het besluit van 15 april 2008 te worden vernietigd. Tevens werd het besluit van 12 december 2007 herroepen. De Raad veroordeelde het Dagelijks Bestuur tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 15 april 2008 wordt vernietigd en het besluit van 12 december 2007 herroepen wegens onjuiste wettelijke grondslag.