ECLI:NL:CRVB:2011:BP9678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante verzocht op 21 december 2004 om herziening van haar WAO-uitkering per 1 november 2001 wegens vermeende toename van klachten, waaronder rug- en allergieklachten. Het UWV weigerde dit na verzekeringsgeneeskundig onderzoek, hetgeen bij bezwaar werd bevestigd. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende onderzoek naar beperkingen door latexallergie en gaf opdracht tot heroverweging.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het nieuwe besluit van het UWV van 27 mei 2010 getoetst, waarbij de bezwaarverzekeringsarts Cramer dermatoloog Rustemeijer en arbeidsgeneeskundige Bakker inschakelde voor onderzoek. De Raad oordeelt dat dit onderzoek zorgvuldig en voldoende was en dat geen toename van beperkingen sinds 1 november 2001 is vastgesteld.
De Raad weegt mee dat de allergie reeds in 1997 bekend was en dat de diagnose syringomyelie geen aanleiding geeft tot een andere conclusie. De informatie van huisartsen en specialisten is zorgvuldig meegewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV tot weigering van herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.