ECLI:NL:CRVB:2011:BP9674
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster, woonachtig in Marokko, diende een verzoek om herziening in tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Raad wees verzoekster erop dat een griffierecht van €110,- verschuldigd was en dat dit binnen vier weken betaald moest worden. Ondanks meerdere aanmaningen werd het griffierecht niet voldaan.
De Raad ontving retourzendingen van de aanmaningsbrieven met de mededeling dat het adres niet bestond. Na navraag bij de Sociale verzekeringsbank werd een kopie van een brief naar verzoekster gestuurd, waarin werd aangegeven dat geen nieuwe termijn was gestart voor betaling en het insturen van gronden.
Omdat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest, verklaarde de Raad het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk zonder verder onderzoek. Tevens overwoog de Raad dat het verzoek ook niet-ontvankelijk zou zijn wegens het ontbreken van gronden en het niet binnen de termijn herstellen van het verzuim.
De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries, in aanwezigheid van griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen, op 25 maart 2011. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.